01-01-2004
In the mood for love
Ach; waar vindt men nog een vrouw die houdt
van Robert Wyatt's "Little Red Robin Hoods"? Laatst was ze bij me op
bezoek om herinneringen op te halen aan de kortstondige maar heftige affairette
die wij elf jaar geleden onderhielden. Ik heb wel 'ns over haar geschreven en
dat op melancholieke, ja haast verdrietige toon, want dat geeft aangename
verlatenheid, zo in de herfst van een leven.
Mariëtte, - ik noemde haar altijd 'Marjet' -, Marriëtte dus staat met
gouden letters in mijn balboekje wegens één nacht in Hotel
Schiller, waar we beland waren na het draaien van een clipje. Wij betraden voor
één keer het Rijk der
Zinnen, om 't maar 'ns quasi-dichterlijk te zeggen; vrijen is voor mij meestal
een uitwedstrijd, maar deze ene keer had ik het gevoel eveneens aanwezig te
zijn.
Toen ik de volgende morgen uit bed rolde om de gevolgen van een schroeiende
kater te lessen, keek ik naar haar slapende gezicht. Voor mij lag een wereld
van geluk, kinderen, samen-oud worden, en dat nog wel met een blondine zoals
veel mannen zich die dromen... Waar had meneer Van Gogh 't toch allemaal weer
aan verdiend?
Ik wist niet hoe gauw ik me uit de voeten moest maken. Ik sprak in op haar
voice-mail dat ik ook niet wist waarom de dingen zo werken als ze doen in mijn
leventje, maar dat ìk haar in ieder geval ongelukkig zou maken, want
niet trouw, niet te hanteren in de omgang en vooral ook 'in mijn diepste wezen'
niet bereid 'te delen met een ander', zoals dat in de boeken zo mooi heet.
Mariëtte: "Toen ik die boodschap beluisterd had, was ik helemaal
kapot, vooral ook toen je me daarna nog zo hufterig afscheepte met dat slappe
'Ik kan jou niet gelukkig maken!' Ik voelde me zó vernederd... Enfin,
toen heb ik de beste psych van Amsterdam gezocht en ben in therapie gegaan.
Weet je nog dat je toen nog geprobeerd hebt me terug te krijgen?"
Ik kon me er niets van herinneren.
Marriëtte: "Je stond te schreeuwen voor de deur, maar ik liet je er
niet in. Mensen hebben je zo zien staan. Dat gaf wel troost."
Wat mij te binnen schoot was die middag dat ik op het terras zat van
"Luxembourg", om bij te komen van een dronkenschap van een paar dagen
die nogal wat zwarte gaten had geslagen in mijn herinnering. Voor iemand die,
zoals ik, gewend is als een ware control-freak mensen op afstand te houden, was
de gedachte aan de kwetsbaarheid waarin je dan - volledig onbekwaam - verkeert,
niet te verdragen.
Want de paniek dat ik me weggeef aan iedere willekeurige eerste de beste zoete
vijandin, om te laten pikken naar mijn hals - nooit was een verborgen wens
méér vader van een gedachte - vervulde me ook toen al met
schaamte.
Waarom was en ben ik niet geschapen voor 'het eenvoudige geluk', 'de kleine
dingen' inderdaad, het ideale huwelijk dat mensen die er verstand van hebben
met zoveel verve nastreven?
Marriëtte pikte me op en nam me mee naar Zandvoort, gaf me een arm en
voerde me langs de boulevard. Ze zat in wat toen nog 'de platen-bizzniss'
heette en praatte honderduit over de vele oplichters en grote ego's die die
branche teisteren.
Ik voelde me erg thuis. Soms overkomt je dat, vooral als er gelachen kan
worden.
"O ja!", zei de prinses aan mijn zijde achteloos en wees in de verte
op een dertien etages hoog hotel: "Dat is van m'n vader!"
De werkeloze regisseur zag weer vele films aan zich voorbijgaan. Ik meende een
duivels lachje bij mijn buurvrouw te bespeuren, maar misschien was dat m'n
eigen kwaaie geweten. Vijfendertig nu; aan m'n arm een meisje van
drieëntwintig dat in alles de aanvallende jeugd belichaamde. Jong, sexy,
mooi, geestig... Ik had de jack-pot voor het oprapen gehad en was er toch weer
in geslaagd falikant te verliezen. Sommige nederlagen wennen nooit.
Marriëtte: "Na jou ben dus meteen in analyse gegaan. Niet dat 't
geholpen heeft - uiteindelijk ben ik toch getrouwd met een dikke man, twee
kinderen, gescheiden natuurlijk intussen -, maar ik heb een tijd een verhouding
gehad met ene Rits, die de praktijk had overgenomen van de therapeut die ik
vanwege jou bezocht.
Rits - een gouden pik, verder een domkop -, liet me mijn mapje zien, de
aantekeningen die bij mijn ziektebeeld, nou ja, stonden. Ik las in rode
letters: "THEO VAN GOGH".
Rits vroeg: "Wat zag je in Godsnaam in hem?"
"Hij kon geweldig neuken, Rits. En ik moest maar aan jou denken."
Vanaf deze plek wil ik meneer Rits van harte danken voor de reclame die hij
ongewild voor mijn persoon'tje maakte. Maar ondertussen tastte ik m'n geheugen
af; wist ik werkelijk niet meer dat ze Wraak op mij had genomen en dat ik
buiten voor haar deur had staan schreeuwen? Er is ook nog zoiets als
'verdringing', nietwaar dokter? Soms lijkt 't of hele jaren zijn weggevallen,
ik herinner me voornamelijk donkere straten waarin 't onfatsoenlijk regent en
de kleuren van de lampen als in een trip tot me komen. Flarden. Zou dat bij
iedereen zo zijn?
Nu ik al een jaar akelig droog sta, lijkt 't of al die jaren van doorzakken in
een waas verzonken zijn. Maar zo eenvoudig zal 't toch niet wezen?
Marriëtte had nu kinderen, (hele mooie), honden, een groot huis en een
roerig intiem leven. Ze bekende zakelijk dat ze de vader van haar kinderen had
weggejaagd door zich net zo lang niet aan hem te bekennen tot hij rijp was om
de strijd op te geven: "Hij kwam thuis en ik had de koffers al voor hem
klaar gezet.
Ik zorgde verder altijd heel goed voor 'm, goed voedsel, bewassing,
gezelligheid , zakelijk inzicht, dus niemand heeft ooit wat in de gaten gehad.
Alleen m'n moeder wist 't vanaf de dag dat we trouwden; ik had al geen zin om
op huwelijksreis te gaan. 't Is een lieve man."
Ik begrijp heel goed waarom vrouwen niet meer met het mannetje naar bed willen
als de koters het daglicht hebben gezien; de Meester heeft zijn kwakje
gepleegd, de Meester kan gaan. En zo hoort 't ook, tenminste, omgekeerd geldt
ook dat er heren zijn die een bevalling hebben meegemaakt en het moeder'tje met
geen vinger meer willen aanraken. De oorlog der seksen, 't is een droevig
gewapende vrede.
We bespraken dat als de kinderen toch altijd belangrijker zijn dan welke
partner ook, getrouwd of niet, de grootste opgave is bij elkaar te blijven,
"in het belang van wie je 't belangrijkste vindt..."
Man en vrouw mogen in het beste geval hopen op de genade dat beider welbegrepen
eigenbelang - de kinderen - samenvalt. Normen en waarden, het gezin als
'hoeksteen van de samenleving', komen daar niet aan te pas.
Wel veel paniek die telkens weer onderdrukt moet worden en vooral ook de
verpletterende wetenschap dat dit nu zo nog minstens vijftien jaar voort mag
duren, 'tot ze de deur uit zijn'.
't Is een oneerlijk gevecht, want wie enerzijds oprecht z'n best doet de ander
trouw te blijven, niet te kwetsen etc., etc... kijkt in het café rond en
ziet ze staan, de dames of heren voor één nacht. Sluit je' ogen
en vergeet alles, het
hemelse geluk van de sleur vooral en woon haar uit; zij is jou overmorgen
vergeten en jij haar; hij is jou overmorgen vergeten en jij hem. Had ik me
minder zakkig gedragen, wie weet waren de rokende puinhopen van de Hemelse
Vrede mijn deel geworden. Maar nu... Zie haar prijken op de Gouden Troon in
mijn poesjesalbum. Nee, dat zeg ik verkeerd; vermoedelijk was zij de laatste
kans op een gewoon, ordentelijk leven, met lange zomeravonden en een knusse
Kerstmis.
Hoewel, m'n zoon was er al; wat nu als je meer van je' zoon houdt dan van je'
levensgezellin en de nieuwe leg?
Sommige dingen zijn niet te verantwoorden.
Enfin, we besloten een filmpje te bekijken, "In the mood for love"
van een regisseur uit Hong Kong, Wong Kar-Wai. Buurman en buurvrouw delen het
vermoeden dat hunne respectievelijke echtgenoten een verhouding hebben. En
langzaam groeit hun eigen verliefdheid, waaraan ze niet durven toegeven. Een
doolhof van begeerte, gekmakend. Zoals dat hoort komt er uiteindelijk niks van
terecht en missen beiden de kans van hun leven. De eindscène die bij het
hoofdstukje Verwijderde Scènes zit, toont de twee nog één
keer samen, in de Cambodjaanse tempel van Angkhor Vat, jaren later. Ze zijn
elkaar door gruwelijk toeval tegengekomen. In deze tempel kan je je' dromen
verbergen in een gat in de muur, maar daarvoor zijn ze niet gekomen. Hij roept
haar schuchter na of zij hem ooit nog gebeld heeft?
Maggie Cheung, die Haar speelt, glimlacht: "Ik kan 't me niet
herinneren."
Wàt een verleidelijke blik, wàt een scène. En wat een
claustrofobische film, niet alleen vanwege de kleine kamers van het pension
waarin driekwart van "In the mood for love" zich afspeelt, een
benauwenis die als 't ware de opgeslotenheid weerspiegelt van de geliefden in
wat hoort en wat niet; maar vooral ook hoe bang ze zijn de droom van hun
oneindige genegenheid te beschadigen door tot actie over te gaan. Wat je noemt
impotentie op het puntje van de naald.
Er blijven praktische bezwaren, maar wie zijn armzalige bestaan als een film
aan zichzelf probeert te verkopen, veel gelul, weinig actie, maar toch...soms
mag de hemel maar mondjesmaat beproefd worden.
Ik lig trouwens 't liefste op m'n rug.
Ik weet 't zeker, de komende jaren zal ik die onneembare veste, Marriëtte,
als een ware kruisvaarder blijven bestormen. Wij zullen elkaar op de hoogte
blijven houden van onze respectievelijke verhoudinkjes, een tamelijk armzalig
allegaartje van surrogaatromantiek, beurse ego's en schrale kussen. Hoe denk je
dat 't is om altijd alleen te moeten blijven?
Er wijst een onzichtbare vinger naar Marriëtte en mij, de suckers die hun
Geluk niet verdragen konden. Nu ja, ik geloof dat ik vooral naar mezelf mag
kijken.
Marriëtte glimlachte fijntjes: "M'n moeder had je laatst op TV
gezien. Ze zei: 'Hij ziet er beter uit'. En ik zei: 'Ma, weet je wel hoe dik en
totaal verzopen hij was toen ik hem leerde kennen? En nóg was ik niet
goed genoeg!'"
"Een parelduikster vreest den modder niet", zei ik.
"Wat bedoel je?", vroeg ze.
En ik herinnerde me met zeker ongemak hoe ik tijdens het Rotterdamse
filmfestival een hele avond had zitten stormlopen op een fotomodel, amper oog
hebbend voor de inmiddels officieel gelukkig getrouwde Marriëtte die
afwachtend naast me was komen zitten.
Nu ja, op dat moment was ik aan m'n tweede fles wodka begonnen. De bar van
Hilton-Rotterdam heeft de juiste belichting om het leven eindeloos en onbezorgd
te doen lijken. Of moet ik zeggen, de juiste belichting om het beoogde uitzicht
op alweer een hartstochtelijke nacht aan de geachte clientèle op te
dringen. Het geheim van een goede bar is dat de drinkers het gevoel krijgen als
enigen niet aan de algehele gezelligheid te kunnen deelnemen. Daar voelen ze
zich danig schuldig over. In m'n volgende leven word ik, heel verstandig,
junkie. Ik sloot m'n ogen en zag voor me hoe mooi Marriëtte was, die ene
nacht die ik me kon herinneren.
"We zijn zeker vijftien keer met elkaar naar bed, sufferd!", zei ze.
Er klonk iets van triomf in haar stem.
"O ja?", fronste ik. Ik begon wat over het bekende Zwarte Gat, maar
daar liet ze me niet mee wegkomen: "Ik heb je telkens laten terugkomen,
net zolang tot ik niet meer iedere dag nadacht over wat je me had
aangedaan."
"Wat zou je hebben gemoeten zonder mij?"
"Ik hoef maar even... dìt te doen!", glimlachte ze en knipte
in haar vingers. Een lakei werd besteld. Ik huiverde en besloot haar uit te
laten. Mijn kus was die van een non, kuis en zo afstandelijk mogelijk.
"Tot over tien jaar", zei ze.
Nog altijd een schoonheid.
Ik keek haar na toen ze in haar jeep stapte. Mij viel te binnen "Te
deksel!" en "Drommels!", "Een kittig ding!". Mijn
volgende verfilming heet "Een Zomerzotheid", en Marriëtte zal
mijn consulente op de set zijn. Ik stak een sigaret op en keek de blauwe rook
na die, diep vanuit m'n longen, uiteindelijk als een knusse paddenstoel boven
de tafel hing.
Nam m'n mobiele en toetste haar nummer.
Theo van Gogh
|