Intimiteiten
En toen opeens een dag zonder iets, dat wil zeggen, vierentwintig uur die in
glorieuze nutteloosheid voor me lagen. Wat te doen?
Dan maar naar de film.
Eerst naar "Sous le Sable", want ik mag zo graag naar Charlotte
Rampling kijken; vrouw gaat met man naar strand, valt in slaap, wordt wakker en
ontdekt dat echtgenoot verdwenen is, vermoedelijk in de golven. Ze haalt
badmannen en helikopters erbij, maar niks, nada, zelfmoord waarschijnlijk. Dan
volgen twee jaar van ontkenning. Ze blijft praten over Jean alsof ie nog leeft,
ook als ze niet bij z'n bankrekening kan omdat 'ie nog niet officieel dood is.
Als zijn lichaam uiteindelijk boven komt en ze de resten moet identificeren
ontkent ze, want de kleur van de zwembroek klopt niet, zegt ze. In de laatste
scène is 't winter en ligt ze huilend op het strand. In de verte staat
een gestalte. Ze staat op en begint in diens' richting te rennen.
Dan hebben we de hartverscheurendste scène al achter de kiezen, die
waarin ze de moeder van Jean opzoekt. Ze zegt dat ze vreest dat manlief er zelf
een einde aan heeft gemaakt, de enige keer in het verhaal dat ze toegeeft.
Moeder weet wel beter: "Jean zou nooit zelfmoord plegen. De waarheid is
veel gruwelijker. Jean wilde jou niet meer en is verdwenen om ergens een nieuw
leven te beginnen."
Zo'n geval, met z'n mijnenveld van vals pathos op de loer, kan alleen
overtuigend worden als we de actrice in kwestie geloven. Rampling is in
één woord 'geweldig'. Ze speelt haar weigering met een klein, gek
makend lachje dat wij ook vinden bij sekteleiders die het wereldraadsel
ontrafelen en die zeker weten dat de Messias zal wederkeren op 13 April 2002 om
zestien uur dertien. Haar man ìs niet dood; zij wéét.
Er zijn een paar scènes waarbij Jean in haar geest langskomt,
bijvoorbeeld als ze ligt te wippen met een uitgever die zijn Eeuwige Liefde in
de weduwe pompt. Jean staat toe te kijken met een ironisch lachje; ze komt
klaar, en verklaart even later - als de minnaar kenbaar maakt te willen weten
'hoe jij tegenover me staat' - : 'Jij kunt niet aan hem tippen.' Rampling
speelt haar mooiste rol sinds "The Nightporter". Een zeventigjarige
kenner meldde me dat een stand-in de actrice verving tijdens de copulaties. Wie
weet, mij viel 't niet op. Ik lette vooral op de gekwetste prinses die Rampling
gestalte gaf. Hoe oud zal ze zijn inmiddels; diep in de vijftig? Ze leek wel
zeven, en dan niet in demente zin, maar lief, kwetsbaar want van alle ratten
bezeken en zo Goddeloos alleen op de wereld dat 't mij de adem benam. Je zou
hooguit kunnen zeggen dat haar praten met dooie Jean een cliché is, maar
ook hier dien ik mijzelf te corrigeren; de bovenbeschreven scène, als
Jean om de hoek kijkt wanneer zij onder ligt, want genomen, is van een de keel
toeschroevende hulpeloosheid.
De volgende film heette "Intimicy". Zo mooi als de eerste vond ik 'm
niet, maar ook hier waren scènes die, zoals dat heet, 'men niet meer
vergeet'. Ook hier grootste eenzaamheid, maar dan met z'n tweetjes. De film
werpt de vraag op wie meer van de hoofdrolspeelster houdt? De man aan wie zij
zich iedere woensdag bekent, of haar echtgenoot, een opgeblazen taxichauffeur
die zielsveel om haar geeft. Ik was onder de indruk van de rauwheid der fysieke
samensmeltingen, al is de kritische kijker altijd op jacht naar
één, twee slappen hier of daar. De regisseur van het geval is
blijkens vraaggesprekken de herenliefde toegedaan en neemt de eenzaamheid van
de pisbak mee om deze man en vrouw hun helse verlangen naar contact in te
peperen. De man, weggelopen bij vrouw en kinderen, breekt op 't laatst en
huilt. En zo doet ook Mevrouw. 't Is alsof de koning van Troje met Achilles
weent om hun beider verloren liefde, respectievelijk zoon en minnaar, en in dit
geval - iets abstracter - hun anonimiteit en ongebonden-zijn. Want hoe meer je
weet van de ander, hoe dichterbij ze komt. Als ik de chaos van mijn eigen
leventje overzie, kan ik niet anders dan concluderen: "Ik wil niet eens
jouw naam weten..."
Ook daarom ontroerde "Intimicy" me.
Theo van Gogh |