| |
From: Tanny Dobbelaar
To: <theo@theovangogh.nl>
Subject: verzoek tot schrijven van artikel voor de Humanist
Date: Wed, 23 Aug 2000 09:44:08 +0200
Beste Theo van Gogh,
De redactie van de Humanist wil een themanummer maken over het thema: De Grens.
Achterliggende gedachte: fysieke, morele, psychologische grenzen roepen altijd
een zekere spanning op. Grenzen lijken nodig en ook weer niet: soms lijken ze
er alleen maar te zijn om ze te kunnen overschrijden.
U staat bekend als iemand die grenzen van anderen overschrijdt - en daar veel
kritiek op krijgt.
Onze vraag is nu: wilt u een essay schrijven over die ervaring: hoe is het om
grenzen van anderen te overschrijden?
De omvang: 1500 tot 2000 woorden.
deadline: 13 oktober
betaling: 1200 gulden.
Ik kan me voorstellen dat dit verzoek vragen oproept. Zo ja, dan kunt u me
bellen op kantoor.
We hopen spoedig iets van u te horen.
Met vriendelijke groet,
Tanny Dobbelaar
namens redactie Humanist
Voorbij, voorbij en altijd weer voorbij.
Ik ben de gek die in de fundamentalistische islam de ondergang van het Vrije
Westen ziet naken. Zulks mag je niet schrijven in Nederland, op straffe ervan
beschuldigd te worden 'xenofoob' te zijn.
Ik ben de halve gare die er schande van spreekt dat een allochtoon kind als
één punt negen geldt op de schaal van het Ministerie van
Onderwijs, terwijl onze autochtone bloedjes niet verder komen dan
één punt nul. Je zou kunnen zeggen, alle kinderen zijn gelijk en
verdienen dus gelijke kansen, dus waarom is een Marrokkaans kind meer waard dan
het mijne?
Er mag niet over gepraat worden. Ik ben getikt genoeg om hardop het vermoeden
uit te spreken dat autochtone Nederlanders alle reden hebben om te protesteren
tegen de uitbreiding van een asielzoekerscentrum wanneer ze merken dat de
politie van Kollum de moordenaar van juffrouw Vaatstra niet onder vreemdelingen
durft te zoeken uit angst 'stigmatiserend' te werk te gaan. Nederlandse
autochtonen zijn al jaren tweederangs burgers. Wie uiteindelijk ook de dader
moge blijken te zijn, nu al staat vast dat ' ie Nederlands was, is en zal
wezen. Justitie kan zich niet anders veroorloven.
Ik ben onfatsoenlijk genoeg niet te geloven dat Antwerpenaren rascistischer
zouden zijn dan Amsterdammers en ik vraag me of wanneer de Nederlandse Flip de
Winter opstaat. En waarom er niet gepraat mag worden over de stelselmatige
achterstelling van kansarme Nederlanders in onze veel bejubelde multi-culturele
samenleving.
't Is verbazingwekkend. En zo verbaas ik me al m'n halve leven. Toen ik over de
kitsjerige gaskamerartiest Léon de Winter schreef dat die meneer mij
voorkwam als iemand die zojuist over het water gelopen had en zich nu beklagen
kwam over z' n natte voeten, werd ik tien jaar achterna gezeten door het
Openbaar Ministerie op beschuldiging van 'belediging ener' volksdeel'. Ik kon
dat gedoe verklaren uit de behoefte van één officier van Justitie
om over mijn rug carrière te maken, ik zag de beschuldiging op de
voorpagina en de vrijspraak op pagina zeven links onderaan en ik zou liegen als
ik beweerde er wakker van te hebben gelegen, maar bespottelijk was 't wel. De
Wet is nu eenmaal niet voor iedereen gelijk.
Toen ik over Joris Ivens schreef 'Er wordt te weinig overleden' stierf de Oude
Heer op dezelfde dag dat mijn stukje in Het Parool verscheen, een uur voor de
krant in de kiosken belandde. 't Was alsof de grote Scenario-schrijjver
Hierboven knipogend mijn zijde koos. Jammer genoeg is dat me niet vaker
overkomen, maar ook één keer in een leven de zeis van Magere Hein
aan jouw zijde is van een ongekende timing, die me nog altijd een hemelse
glimlach bezorgt.
Ik vermoed dat het Westen de Koude Oorlog won dankzij Reagan, een groot
president. En ik begrijp niet waarom er wel een Marcus Bakker-zaal is in het
gebouw van de Tweede Kamer en geen ir. Anton Mussert-zaal, toch ook een
bevlogen idealist.
Te vrezen valt dat ik meestal gelijk heb, maar er is nu eenmaal een verschil
tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Ik heb vaak meegemaakt dat hele zalen
pissig werden over wat uit mijn mondje viel, en nog vaker dat ik geen werk
kreeg vanwege m'n opvattingen. 'Sorry, Frits Barend wil niet in
één ruimte met jou koffie drinken', zei Fons van Westerloo dan.
Columns, films, er zijn altijd mensen te vinden die bereid zijn een lobby tegen
jou te starten; hier weg, daar weg, 'Zo is 't wel genoeg', 'Jij moet 'ns leren
wat je wel of niet kan zeggen', 'Jij bent een broddelaar', 'Voor Theo van Gogh
verboden', van de Kring tot RTL, van HP/de Tijd tot Het Parool, men start
advertentie boycots, stuurt een portier op me af, er is altijd wat, en ik in
mijn oneindige ijdelheid verheug me in zoveel verguizing en schuimbekken, want
ze heten Jan Kuitenbrouwer of Stephan Sanders, dat soort mensen dus, en wie ben
ik dat ik werkelijk 't mooiste in mijn geachte opponenten mag bovenbrengen?!
Toen ik het geheime nummer van de grote denker Brandt Corstius in de krant
zette vergezeld van een in Arabische tekens gevatte aankondiging
"Illegalen-Huisvesting-Centrale", kreeg ik te horen: "Nu ga je
te ver..." Waarom eigenlijk? Ik moet woekeren met m'n talenten en als ik
Martin van Amerongen vraag: "Mag ik stukjes schrijven voor de
Groene?", antwoordt die: "We hebben vijftienduizend abonnees, met jou
ben ik daarvan de helft in een paar maanden kwijt en dat kan ik me niet
veroorloven." Boekjes van mijn hand als "Sla ik mijn vrouw wel hard
genoeg?" en "De Gezonde Roker" worden nergens besproken, en in
zekere zin is dat een eerbewijs. Als ik mezelf zou moeten omschrijven, noemde
ik me 'predikant van de nihilistische gemeente', want ik heb nu eenmaal niet
zo'n hoge pet op van mezelf of van de geachte dames en heren wier woede ik mag
opwekken. Ik vind het leven meestal niet zoveel. En ik wantrouw de loeiende
gewetens van politici, journalisten en actrices, met hun onuitroeibare behoefte
helemaal in orde aan de goede kant te staan. Ik voel me van nature meer thuis
bij wat niet hoort. Ik heb meer sympathie voor Janmaat dan voor Rosenmoller, al
besef ik best dat die laatste verstandiger is en 't nog heel ver zal brengen.
Geen rel bewust uitgelokt, 't is me altijd overkomen. Soms denk ik dat ik een
feilloos instinct heb om het gekwebbel van al die bewogen denkers te ontleden,
alsof ik een bullshit-detector heb ingeplant gekregen. Maar vermoedelijk is ook
dat onzin.
Gewoon; muil houden. Ik ga 't nog ver brengen.
Theo van Gogh
From: Tanny Dobbelaar
To: "Theo van Gogh" <Theo@theovangogh.nl>
Subject: essay Humanist
Date: Thu, 2 Nov 2000 08:53:01 +0100
Beste Theo van Gogh,
Dank voor het op tijd sturen van je stuk: zo te horen moet het je een enorme
moeite hebben gekost. .
Des te moeilijker is het om te vertellen dat ik nog niet tevreden ben over deze
versie.
De reden: dit stuk is een column, geen essay. Ik heb je gevraagd voro een essay
omdat ik vermoed dat je verdomde goed weet waarom je 'grenzen van anderen', om
in onze termen te spreken, overschrijdt.
In de laatste alinea's van je stuk, zo vanaf de zin over de nihilistische
gemeente', blijkt dat ook. Mijn reactie: meer! meer! Hoe zit dat precies? Wat
is die nihilistische gemeente? Bestaat die alleen uit mensen die niet zo'n hoge
pet van zichzelf ophebben?
Waarom is wantrouwen zo belangrijk? wat is er nu precies fout aan die behoefte
om aan de goede kant te staan?
In het voorafgaande deel staat wat mij betreft rijp en groen door elkaar. Dan
weer suggereer je dat je een taboe wil doorbreken, dan weer lijkt het alsof je
alleen maar mensen van hun eigengebouwde voetstuk wil schoppen. Vraag die ik
beantwoord wil zien in je essay: is er verschil tussen taboes doorbreken en
ego's knakken?
Ik vind het ook jammer dat ik in het eerste deel niets nieuws lees. Je rakelt
rellen op ,die alleen de grachtengordel heeft opgewonden. Ik herinner me dat je
een keer op tv heb verteld dat je iemand excuus had aangeboden voor je publieke
uitlatingen. dat lijkt me ook interessant als het over grenzen gaat.
Kortom: ik weet zeker dat, als je er even voor gaat zitten, iets meer
denkkracht kunt vertonen en meer analytisch vermogen.
Ik verwacht aanstaande maandag 6 november de tweede versie - en dan kom je al
in de allerlaatste ronde van dit nummer terecht. Zijn er problemen, bel!!! ik
luister een a twee keer per dag mijn antwoordapparaat af.
Succes, en hartelijke groet, Tanny Dobbelaar
|
|