The Thrill Of It All

Omdat ik ongeneselijk ouderwets ben heb ik laatst een verzameling van vier CD's gekocht met het mooiste van Roxy Music. Ik was zestien toen ik op een transistor starend over de baren van Katwijk aan Zee "Do The Strand" hoorde; dat nummer heeft me nooit meer losgelaten omdat het in mijn naar decadentie hunkerende oren de ultieme verbeelding was hoe jong, sexy en wild te zijn.
Ik geloof niet dat Roxy Music de geschiedenis in zal gaan als laat ons zeggen The Kinks of The Stones of The Beatles. Ferry verloor zijn vrouw aan Jagger en zijn talent na '76 aan het plastic van de supermarkt waar hits met voorbedachten rade originaliteit vermoorden. Maar voor die tijd, van de eerste tot en met "Viva", de mooiste live-registratie die ik ken, verwoordde hij alles waar Uw aarzelende puber naar hunkerde als 'ie dacht aan 'het echte leven'. Ferry is weggezet als een voetnoot, als een ééndagsvlieg van drie jaar en dat lijkt me onterecht. Alles in popmuziek heeft met de associatie van de toehoorder te maken. Als ik hier dus plechtig verklaar dat "In Every Dream Home A Heartache" mij nog altijd ontroert is dat niet omdat ik zelf ook een opblaaspop begeer zoals de
zanger van het lied, maar vanwege de onmogelijke liefde die eruit spreekt, vanwege de obsessie met het letterlijk luchtledige.
"A Song For Europe" is deftig Euro met bombast (meneer spreekt ook een woordje over de grens) die je het gevoel geeft in de maling te worden genomen maar die ook als elixer tegen de melancholie van verregende Zondagen gebruikt kan worden. Dan is er "Casanova" ("Is that your name/or do you live there?") en "Bitter Sweet", zo ongeveer het mooiste nummer dat Brecht en Weill hadden kunnen schrijven. Ferry is hier op z'n best in zijn eeuwige obsessie met de knipoog en je wordt er onbegrijpelijk verdrietig van.
Maar dan sla ik "2 HB", "For Your Pleasure" en "A Really Good Time" over en zo nog tien nummers die ik dromen kan. Wat een rijkdom.
Ferry nu schijnt een vermoeide crooner te zijn en ik heb mezelf weten te weerhouden de reünie van Roxy bij te wonen. Misschien ben ik ook wel bang om iets van dertig jaar geleden live te horen. Roxy liep in zijn tijd voorop met vervreemdende geluiden uit de computer. Niets veroudert zo snel als de avant-garde van vroeger, maar daarvan is hier geen sprake. Van "The Bogus Man" tot "Sentimental Fool", hier klinken liedjes blijvend als een avontuur, weird soms, met rare overgangen, merkwaardige koortjes en altijd gezongen op het scherp van de snede; is dit ironie of bloedige ernst?
Wat moet de verstandige peno-pauzer met bijvoorbeeld "A Really Good Time"?
Er is een meisje met een hart van goud dat ten voorbeeld wordt gesteld aan het verwende nest waarmee de zanger thans door het leven moet; ze heeft niet veel geld, maar haar gezicht is haar fortuin en ze weet wat ze waard is. Zij gaat 't helemaal maken, jawel. En dit alles overgoten met violen en mellotron en Ferry's plechtige toon. Kan 't vetter?
Het raadsel van echt goeie popmuziek is dat de clichés weten te ontroeren. Wat baten mij de hemelse klanken van Bach als ik ze niet melancholiek kan naneuriën? Ik was zestien en wist al dat 't met mij in de liefde nooit wat zou worden - 't is een misverstand dat mensen na die rijke jaren van hun adolescentie nog wezenlijk veranderen - hoezeer ik ook hunkerde en bereden werd door obscene fantasieën. En dan: "Do The Strand".
De wereld ging open en 't was allemaal niet meer zo erg met deze lijdende puistenpuber. Als 't waar is dat je iemand moet beoordelen op z'n beste werk, niet op latere middelmaat, hoort Ferry bij de grootsten die de business heeft gekend.
Roxy Music ging voorop in de drie jaar dat, zoals iemand 't schreef, 'je niet over een modderig veld hoefde te lopen om naar pop-muziek te luisteren' en stijl er, heel even maar, werkelijk toe deed. In zijn tijd moet 't heel verfrissend
zijn geweest om na alle gekwebbel over revolte en generatiekloven het egocentrische ego van de dandy ten voorbeeld te worden gesteld. Op "Viva" staat "Both Ends Burning", mee gezongen door een koortje van decadente dames waarover Elly de Waard in de Rijam-agenda voor middelbare scholieren van die jaren in een onderhoud met Ferry opmerkte: "Daar is Roxy veel te goed voor.."
Een misverstand. Wie over honderd jaar aan Roxy denkt ziet vermoedelijk niet de spuuglok van de zanger voor zich, en vermoedelijk evenmin die bonte paradijsvogel Eno. Wat overblijft zijn die heerlijke wijven van de hoezen, keihard en merkwaardig onsexy, als verbeeldden ze de vrieskou van het universum van bedwongen wanhoop dat hier aan de man moest worden gebracht. "Both Ends Burning", zo moet 't geweest zijn.

Theo van Gogh

Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug
!
Inhoud | D.C.Lama | U Schreef | Archief | Service