11-08-2003
Voor wie de slaap niet vatten
kan
Joost Zwagerman kan niet interviewen - alle mogelijke antwoorden vooraf te
vlijtig doorgenomen en niet in staat een vraag te stellen die als een mes naar
de keel springt, bijvoorbeeld als de gast tegenover je zich laat ontvallen;
"Nou huil ik toch al wat makkelijker als m'n moeder erbij is!...",
zodat er, God verhoede, eindelijk iets persoonlijks uit z'n mond zou kunnen
rollen - en Paul de Leeuw zorgde voor een potpourri van soms sleetse, soms
leuke fragmenten, waarbij mij opviel dat de entertainer waarlijk geen sjoege
van drama of acteren heeft.
Want in het fragment van De Daltons speelden de kinderen, die later werden
aangeprezen als 'natuurtalenten', als houten klazen en de monoloog van Mevrouw
Crutzen uit Oud Geld als moeder van een overleden zoontje was onbedaarlijk
slecht geschreven, kitsj, en ongeloofwaardig geacteerd; je hoorde iedere komma,
''ie' was zoals alleen in boeken voorkomt altijd 'hij', en er waren een hoop
plechtig bedoelde stiltes zoals alleen de overschatte Maria Goos die in huis
heeft. Het dooie kind had beter verdiend.
Kortom, slecht geschreven, slecht geacteerd, vlak gedraaid en evenmin
geregisseerd; Zomergasten, want daar gaat 't over, voor de goeie orde, leerde
ons als nooit tevoren waarom 't inderdaad nooit wat zal worden met
televisiedrama in Nederland, hoewel de interviewer 'Prachtig!', 'Prachtig!'
riep en de ondervraagde bijkans in waterlanders uitbarstte.
Er is iets met de dood van kinderen dat onherroepelijk tot vals sentiment leidt
welk als 'ontroerend' wordt ervaren door het grote publiek. Juist als er zoiets
vreselijks aan de hand is als de dood van een kleine lieveling zouden we wel
'ns op wat minder plechtstatigheid getracteerd mogen worden. En waarom zou je
bijvoorbeeld Gijs Scholten van Asschat op de automatische piloot met uien in de
weer moeten zien? Leerzaam was ook dat Crutzen inderdaad de middelmatige
actrice is die ik al in haar vermoedde en dat het vaderschap De Leeuw enigszins
boven zijn theewater heeft doen belanden. In al z'n pathetiek vond ik de jonge
vader wel lief.
Hoe graag zou ik voor de publieke omroep niet 'ns de serie De Terechte Dood Van
Een Vervelend Kind regisseren, en dan iedere aflevering geloofwaardige ouders
opvoeren die met hun verdriet geen kant opkunnen, zodat je ze gelooft.
Maar vermoedelijk is daar geen kijkgeld voor.
De eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat het fragment uit Kopspijkers dat De
Leeuw had uitgezocht de brille van Paul Groot in volle glorie etaleerde en dat
ondergetekende als bijzitter opgevoerd nog aardig voor joker stond. Ook deze
Zomergasten kabbelde voort, maar was door De Leeuw aanzienlijk beter te pruimen
dan die van verleden week, toen Mevrouw Böhler liet zien dat in haar' ziel
kitsj en terrorisme onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Zwagerman was niet
bij machte daar één vraag over te stellen en dat kwam alweer
omdat Joost, die ik een aardige jongen vind, wezenlijke interesse ontbeert in
de te ondervragen patiënt.
Maar Hafid Buazza volgende week is vast interessanter, en laat ons hopen ook
wat incorrecter, dus ik kijk weer, en daar gaat 't allemaal om.
Volgende week schrijf ik over iemand die nou nooit 'ns op TV komt, Willem van
Ekeren. Die heeft - zichzelf begeleidend op piano - teksten van Bukowski op
muziek van Bach gezongen, en dat heeft iets adembenemends, want waar hoor je zo
veel bedwongen wanhoop dansen met de ijzige schoonheid van Johan Sebastiaan?
Wie deze ontregelende CD vast kopen wil;
www.bach-bukowski.nl
Theo van Gogh
|