|
De doofpottenwinkel van Jos van
Kemenade
door Dick Berts
Zes weken slechts had Jos van Kemenade in 1998 nodig om te rapporteren dat
er geen sprake was geweest van een doofpot bij de afhandeling van de
affaire-Srebrenica. Vier jaar later constateert het NIOD met zoveel woorden dat
de Commissaris van de Koningin een valse voorstelling van zaken heeft gegeven
en dat zijn onderzoek niet gericht was op waarheidsvinding maar op damage
control. Daags voor zijn démasqué werd de scheidende Commissaris
der Koningin in Noord-Holland nog ijlings benoemd tot Minister van Staat; de
hoogste eer die een politicus ten deel kan vallen. Dank voor bewezen diensten?
In elk geval is het niet de eerste keer dat Van Kemenade de waarheidsvinding
saboteert om de overheid schoon te wassen. Ton Heerts van de Defensievakbond
AFMP: "Als dit demissionaire kabinet iets wérkelijk onderzocht
wilde hebben, dan ging de opdracht doorgaans naar een CDA-er. Moest het de
doofpot in, dan werd Van Kemenade ingeschakeld. Hij is de specialist op dat
gebied."
Behalve een indrukwekkende waslijst van hoge ambten (hoogleraar, minister,
kamerlid, burgemeester, commissaris der koningin, minister van staat) heeft Jos
van Kemenade ook een waslijst van affaires op zijn naam, die als een rode draad
door zijn carrière lopen. Zijn maatschappelijk aanzien heeft daar
wonderlijk genoeg nooit onder geleden. In de talloze achtergrondverhalen in de
loop der jaren over hem zijn verschenen wordt hij geroemd om zijn
intelligentie, zijn bevlogenheid, zijn bestuurlijke ervaring, zijn vakmanschap,
en niet zelden ook om zijn vlekkeloze reputatie.
"Veteraan Van Kemenade draait zijn hand niet om voor een commissie",
schreef Trouw bewonderend in 1998, toen de CdK door minister De Grave was
aangesteld om het Srebrenica-debacle te onderzoeken. Dat is maar al te waar:
Van Kemenade draait inderdaad zijn hand niet om voor een commissie meer of
minder, en heeft als zodanig al heel wat varkentjes voor de rijksoverheid
gewassen. Een overzicht:
Rechtsherstel joden
Neem nou zijn onderzoek naar het rechtsherstel van de joden na de Tweede
Wereldoorlog. Drie jaar bestudeerde hij, als voorzitter van de Contactgroep
Tegoeden WO-II, of de Nederlandse overheid de uit de kampen teruggekeerde joden
financieel heeft kaalgeplukt. Anders gezegd: of er veel aan de strijkstok is
blijven hangen bij het teruggeven van de joodse tegoeden die door de nazi's
waren geroofd. Van Kemenade concludeerde dat de overheid geen blaam trof; het
verschil tussen wat er was geroofd en wat er was teruggegeven was volgens hem
niet meer te becijferen. Op zijn voorstel kreeg de joodse gemeenschap, bij
wijze van tegemoetkoming op humanitaire gronden, 250 miljoen gulden
toegeschoven. Aldus werd de teruggave van gestolen eigendommen vermomd als een
gunst. De joodse gemeenschap was laaiend, en sprak van een "aalmoes".
Kok erkende schoorvoetend dat de ontvangst van teruggekeerde joden indertijd
"kil en bureaucratisch" was geweest, maar weigerde aanvankelijk
officieel excuses aan te bieden. Die kwamen er pas na een storm van
verontwaardigde reacties.
In de commissie-Van Kemenade die voor deze cover-up verantwoordelijk was, zat
overigens ook RIOD-directeur Blom, thans landelijk bekend als NIOD-directeur
Blom. Die was, zacht uitgedrukt, onaangenaam verrast toen een van zijn eigen
NIOD-collega's, G. Aalders, vervolgens gehakt maakte van het rapport-Van
Kemenade. "Overheid verrijkte zich aan holocaust" constateerde
Aalders in zijn studie. Niet alleen heeft de overheid gegoocheld met
sterfdatums, om zo een veelvoud aan successierechten te kunnen binnenhalen, de
joden hebben ook hun eigen rechtsherstel moeten betalen: de schade-afwikkeling
werd uit de joodse tegoeden bekostigd. De emeritus-hoogleraar Isaac Lipschits
kwam tot dezelfde slotsom in zijn boek 'De kleine sjoa'. Aalders werd door zijn
directeur Blom op het matje geroepen; sindsdien doet hij in de pers geen
uitlatingen meer over de zaak. Het NIOD ontkent dat er sprake is van een
spreekverbod, zoals boze tongen beweren: "Maar het is wel zo dat we hier
maar één officiële woordvoerder hebben."
Foster Parents
In 1984 kwam de organisatie Foster Parents Plan hevig in opspraak. De
aandoenlijke brieven van "geadopteerde" kinderen aan hun foster
parents bleken door welzijnswerkers te zijn geschreven. De gelden werden gewoon
in ontwikkelingsprojecten gestoken, en bleken vaak niet te traceren. Na de
negatieve publiciteit verzocht FPP Jos van Kemenade een onderzoekscommissie te
formeren. "Om het vertrouwen in de organisatie te herstellen", als
het ware. De Consumentenman protesteerde indertijd heftig tegen deze gang van
zaken: de commissie was volgens hem samengesteld uit louter politieke vrienden
en bondgenoten van de bestuursleden. "De commissie heeft geen kennis
willen nemen van belastend bewijsmateriaal waarover wij beschikten, en er is
geen aandacht besteed aan de klachten van donateurs, die na bezoek aan hun
pleegkind diep teleurgesteld terugkeerden." Van Kemenade beperkte zich tot
het bestuderen van de boekhouding van FPP; er werd geen onderzoek gedaan in de
ontvangende landen. Zijn conclusie luidde (het wordt eentonig) dat FPP te
goeder trouw had gehandeld. In opdracht van Nieuwe Revu boog Pieter Lakeman van
de SOBI (Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie) zich vervolgens over de
affaire. Hij liet van het "onderzoek" van de commissie-Van Kemenade
geen spaan heel.
De ramp in Volendam
Het onderzoek naar de nieuwjaarsbrand in Volendam werd nu eens niet aan Van
Kemenade gegund, maar aan de commissie-Alders. Die velde zowaar een hard
oordeel over de rol van de provincie Noord- Holland: de provincie had de
Rampenwet niet toegepast om het ondeugdelijke rampenplan van Volendam (niet
veel meer dan een verouderde telefoonlijst) te verbeteren. Bovendien had de
provincie verzuimd om Volendam via de Gemeentewet te dwingen het voorgeschreven
vergunningenbeleid uit te voeren. Van Kemenade verweerde zich hiertegen met een
leugen; althans volgens prof. dr. F. Fleurke. Fleurke maakte deel uit van de
commissie Alders, en was speciaal belast met het onderzoeken van de rol van de
provincie. Hij was "sprakeloos" toen het provinciebestuur in een
notitie aan Provinciale Staten beweerde, dat het volgens Alders met de
Gemeentewet het rampenplan had moeten verbeteren. Dat kan niet, en dus sloeg de
kritiek van Alders nergens op, aldus de notitie. "Ik kan het niet
geloven", verklaarde een verbijsterde Fleurke in Trouw van 12 juli 2002.
"Van Kemenade licht de provincie verkeerd voor! Dit is heel vreemd. Het
provinciebestuur maakt een fout waarop mijn eerstejaars bestuurskunde zakken.
Ik kan niet geloven dat bestuurders en ambtenaren per vergissing zoiets
doen."
Van Kemenade had overigens in 2001, op verzoek van Volendam en buiten de
commissie Alders om, zelf al onderzoek laten doen naar het vergunningenbeleid
van de gemeente. Hij gaf die opdracht aan zijn oud-griffier Versteden. Die
onderzocht alleen de rol van Volendam en liet de provincie buiten schot.
Vervolgens openden Versteden en Van Kemenade samen de aanval op de
commissie-Alders. Aan het feit dat Van Kemenade, daags na de ramp, burgemeester
IJsselmuiden tijdens een persconferentie opbelde om hem te feliciteren met zijn
aanblijven, hoeven niet veel woorden te worden vuilgemaakt: dat ligt eenieder
nog vers in het geheugen.
Belangenverstrengeling
Van Kemenade grossiert in nevenfuncties. Zo was hij onder andere verbonden aan
het Nederlands Centrum Buitenlanders, het Anjerfonds, de Libris-prijs, het
Bouwfonds Nederlandse Gemeenten, de Raad van Commissarissen van Ahold, de
Nederlandse Bank, en, las but not least, het accountantsbureau KPMG. Nu wil het
geval dat KPMG in 1998 in opdracht van Van Kemenade een onderzoek instelde naar
een aantal gemeentelijke herindelingen waar Van Kemenade direct
verantwoordelijk voor was. Dat vond het Groen Links statenlid Dogan Gök
een beetje te gortig. In een commissievergadering opperde hij dat het misschien
raadzaam zou zijn als Van Kemenade zijn betaalde nevenfunctie bij KPMG opgaf,
om de schijn van belangenverstrengeling te vermijden. Het antwoord van Van
Kemenade: "Ik snap ook dat de verkiezingen eraan komen. En ik gun ieder
zijn succes. Echter niet ten koste van mij. Ik heb dan ook grote moeite met uw
suggestieve manier van vragen stellen." Hij besloot met het overbekende
verweer dat bestuurders beter functioneren als zij hun ervaring ten dienste
stellen van organisaties die hun wortels hebben in de maatschappij.
Maar wat Gök pas echt koud op zijn dak viel, dat was de reactie van de
overige commissieleden. Die waren zo mogelijk nog verontwaardigder dan Van
Kemenade zelf. "Het leek wel", zei Gök later, "of ik
verantwoording moest afleggen!" D'66, PvdA, CDA en VVD wasten hun collega
eendrachtig de oren. D'66 concludeerde dat er niets op de bijbanen van Van
Kemenade was aan te merken, en beschuldigde Gök ervan ''een wit voetje te
willen halen bij de pers'', met het oog op komende verkiezingen. De VVD:
"Op deze manier wordt er schade toegebracht aan de commissaris. Mijn
partij wil daar verre van blijven". CDA: "Overdaad schaadt. Deze
discussie is gevoerd en afgedaan". Statenleden die hun controlerende taak
serieus opvatten zijn in de provincie Noord-Holland blijkbaar een hoogst
ongebruikelijk verschijnsel. Van Kemenade nam enige maanden later alsnog, in
alle stilte, ontslag bij KPMG.
Declaratie-onderzoek provincie
Op 11 december overleefde Van Kemenade een motie van wantrouwen van de SP.
Aanleiding was een rapport van Deloitte en Touche, volgens deze accountants was
de provincie onzorgvuldig en nalatig was geweest bij de controle op de
declaraties van de CdK en van Gedeputeerde Staten. Het rapport sprak van een
''onthutsend'' en ''ontluisterend'' gebrek aan toetsing. SP fractievoorzitter
Graatsma hekelde Van Kemenades taktiek van ''witwassen en doodzwijgen'': ''Ik
vind dat de commissaris moet vertrekken en met hem de overige leden van GS, als
de sluier die de bruid altijd volgt''. De motie werd, uiteraard, verworpen.
Voorkeur voor omstreden bestuurders
Een CdK heeft de bevoegdheid geheel eigenmachtig waarnemend burgemeesters te
benoemen. Van Kemenade lijkt er bij deze benoemingen raadselachtige
selectiecriteria op na te houden: in augustus 1999 benoemde hij de in opspraak
geraakte ex-wethouder G.J. Nijpels van Den Helder tot interim-burgemeester van
Uitgeest. Nijpels had kort daarvoor in Den Helder het veld moeten ruimen, onder
anderen wegens vernietigende kritiek op zijn declaratiegedrag. De Amsterdamse
ex-wethouder van financiën H. Groen, die in februari om dezelfde reden
moest vertrekken, werd door Van Kemenade op 1 juli 2001 aangesteld als
waarnemend burgemeester van Landsmeer. Waren er dan in geheel Noord-Holland
geen kandidaten te vinden zónder een smet op hun loopbaan? Of genieten
kandidaten met een twijfelachtige reputatie bij de CdK de voorkeur?
Zelf is Van Kemenade nooit op onregelmatigheden met zijn provinciale creditcard
betrapt. Hetgeen niet wegneemt dat hij alle pogingen tot inzage in zijn
declaraties altijd consequent heeft getorpedeerd. Beroepen op de Wet
Openbaarheid van Bestuur legde hij naast zich neer met het argument dat hij
alleen verantwoording wenste af te leggen aan de volksvertegenwoordiging, en
niet aan de eerste de beste journalist die daar "vanwege de publiciteit en
de oplage van Nieuwe Revu'', om vraagt. "Goed dan", dacht vervolgens
het SP statenlid Graatsma. "Dan vraag ik wel om inzage. ''Ik ben per slot
van rekening lid van de volksvertegenwoordiging". Maar ook hij kreeg nul
op het rekest. Hij had, erkende Van Kemenade, krachtens de Provinciewet wel
recht op de informatie, maar aangezien de weigering een intern besluit was
Provinciale Staten was, is dat recht juridisch niet afdwingbaar. Kennelijk
wenst Van Kemenade zich uitsluitend als een fatsoenlijk bestuurder te gedragen,
als je een knuppel hebt om hem daartoe te dwingen. Tegen het Noordholland
Dagblad beklaagde Van Kemenade zich dat door dit alles een sfeer was opgeroepen
van provinciebestuurders die belastinggeld uitgaven aan Wein, Weib und Gesang.
Geheel ten onrechte, volgens hem.
Villa Jachtduin
Alweer beschuldigingen van belangenverstrengeling, en wederom is het voor de
CdK met een sisser afgelopen. Villa Jachtduin, eigendom van de Stichting
Nationaal Park Kennemerduinen, werd in 1995 voor het symbolische bedrag van
één gulden verkocht aan F. de Vegte, directeur van de stichting.
(Vegte kreeg zelfs nog een ton op de koop toe - voor de verbouwing - plus
toestemming om de villa naar believen door te verkopen aan derden. In dat geval
zou hij die ton moeten terugstorten. Maar aangezien de stichting terstond
daarna werd opgeheven, betrof het hier slechts een papieren afspraak. Er was
immers geen rechthebbende meer om het geld te incasseren.) Voorzitter van de
stichting was Van Kemenade. Hij bekleedt, zoals gezegd, veel nevenfuncties.
De stichting kon zich dit verregaande filantropische beleid bepaald niet
permitteren: zij kampte namelijk met exploitatietekorten, en werd op de been
gehouden met subsidies van de gemeente Haarlem en het ministerie van
Financiën. Die instanties zijn dan ook niet ingelicht over het wegschenken
van de villa.
De door de stichting geëxploiteerde camping De Lakens, die aan de villa
grenst, moest het gelag betalen: de kampeerders kregen buitensporige
tariefsverhogingen over hun rug, en een aanzegging dat zij het veld moesten
ruimen, om plaats te maken voor de bouw van recreatiewoningen die meer geld in
het laatje brachten.
Als de villa evenwel op de vrije markt was verkocht, zou het exploitatietekort
van de stichting in één klap zijn weggewerkt, en hadden de
kampeerders niet de dupe hoeven worden, aldus hun advocaat mr. F. Kemp.
Volgens Van Kemenade was het allemaal heibel om niks; de villa was een
onverkoopbare bouwval, waar volgens hem voor minstens 4,5 ton aan moest worden
opgeknapt. De taxatiewaarde bedroeg volgens hem 2,5 ton. "En niemand
steekt zeven ton in een bouwval". Een aanvechtbare stelling, op z'n
zachtst gezegd: volgens een Haarlemse makelaar gingen soortgelijke duinwoningen
op het terrein van Staatsbosbeheer voor 1,1 miljoen gulden grif van de
hand.
De kampeerders hebben inmiddels het pleit gewonnen: de tegenpartij is wijselijk
teruggedeinsd voor een proces, waarbij alle finesses in het openbaar tot de
bodem worden uitgespit. Er is een schikking getroffen, de tariefsverhogingen
zijn ongedaan gemaakt, en de kampeerders hebben zwart op wit gekregen dat zij
tot 2012 mogen blijven. ''Die villa is het breekijzer geweest'', zegt advocaat
Kemp voldaan. ''Als we daar niet bij toeval op waren gestuit, hadden we tegen
de arrogantie van de macht nooit een schijn van kans gemaakt.''
Dick Berts
|