Het loon der
dapperen
Toen advocaat Ellen Pasman in haar dooie eentje aan de jarenlange verdediging
van Willem Oltmans begon, was ze werkzaam bij het kantoor Höcker, Spigt
& Doeleman. Herman Doeleman, die 't later nog tot deken van de Amsterdamse
Orde van advocaten zou schoppen, was vanaf het begin gekant tegen haar
betrokkenheid. Herman heeft 't niet op nichten en zeker niet als die leden van
het Koninklijk Huis als getuige voor een rechtbank willen laten optreden. Toen
de NVJ Oltmans wilde steunen in de proceskosten vanwege onder meer het
dagvaarden van prinses Margriet, ging Herman 'ns babbelen. Het resultaat was
dat de NVJ maar een fractie van het benodigde wilde vergoeden en dat Pasman
vriendelijk verzocht werd op te stappen: "Want jij werkt hier en de NVJ is
onze cliënt. Een van jullie twee moet hier weg en dat zal niet de NVJ
worden, kan ik jou vertellen."
Exit Pasman.
Doeleman heeft wel alle tijd voor de grote kampsyndroom-cineast Louis van
Gasteren, maar die heeft dan ook genoeg geld voor het honorarium dat deftige
advocaten vragen. Dat komt, denk ik, door Louis' verzetspensioen: O nee, ik mag
niet jokken, Van Gasteren is een uitkering van de stichting 40-45 nu juist
geweigerd.
Er schijnt een akkefietje te zijn met een joodse onderduiker, die door Van
Gasteren vermoord werd, 'in opdracht van het Verzet', aldus Louis.
Van Gasteren bracht zijn probleempje zelf in de publiciteit door jaren na de
oorlog in NRC-Handelsblad zich in een vraaggesprek te laten ontvallen dat hij
tijdens de bevrijding achter tralies zat, veroordeeld tijdens de Bezetting
wegens moord. Het Parool zocht de zaak uit en kon niets vinden van 'in opdracht
van het Verzet'. Wel was het geld van de onderduiker verdwenen.
Binnenkort verschijnt er een nieuw boek van Eric Slot over de zaak Van
Gasteren, volgens Tomas Ross met nieuw, veel meer belastend materiaal.
Als ik de tam-tam goed begrepen heb, mocht de zus van Louis, Josephine, in de
oorlog met een daartoe door de Gestapo verstrekte pas, vrijelijk door Europa
reizen, onder andere naar Zwitserland, waar een hoop geroofde goed en geld van
joden in de kluizen kon worden ondergebracht. In blijde verwachting van de
overwinning van de Geallieerden of van het Duizendjarige Rijk, dat maakte niet
meer uit, want poen is poen en fatsoen fatsoen. Pension Van Gasteren; Uw
vertrouwde familiebedrijf.
Van Gasteren heeft zich sinds Het Parool schreef over het bloed aan zijn handen
en de pogingen een en ander te verdonkeremanen, als een ware geobsedeerde in de
strijd geworpen. 't Heeft iets ontroerends om te zien hoe de oude man,
ongetwijfeld verteerd door schuldgevoel, blijft hameren op zijn liquidatie in
opdracht van 'het Verzet'. Z'n al even corrupte vader zat vlak na de oorlog in
een soort zelfbenoemde Ereraad die Louis - alweer uit naam van 'het Verzet' -
van alle blaam zuiverde. 't Is niet aan mij om meneer Van Gasteren iets na te
dragen - inderdaad, hoe zou ik mezelf hebben gedragen in zulke omstandigheden?
-; maar 't is niet aan mijnheer Van Gasteren om de mensen die naar aanleiding
van het door hemzelf opgerakelde zijn gaan snuffelen, voor de rechter te
slepen. Vermoedelijk is die simpele bevinding te hoog gegrepen voor Louis'
raadsman, meester Doeleman, die vlijtig voortgaat op de lange weg naar, alweer,
Eerherstel.
Hoe zou Van Gasteren zich een zo chique advocaat kunnen veroorloven? Nog een
diamantje over uit Zwitserland misschien?
Ik probeer altijd weer het positieve te zien, vooral voor meester Doeleman, die
ook moet leven. Maar de enige manier voor een zo groot Kunstenaar om met
zichzelf in het reine te komen, zou een zelfportret zijn onder de titel
"Begrijp je nu waarom ik alles aan elkaar lieg?"
Wie daar aardigheid in heeft, kan hieronder de correspondentie lezen tussen
Joyce Roodnat en meester Doeleman, die zich ontvouwde na lezing van een stukje
van mijn hand.
Ik had 't bij het verkeerde eind had toen ik naar aanleiding van een gesprek
met Roodnat dacht te kunnen concluderen dat in Van Gasteren's laatste documentaire
"De prijs van overleven", de kinderen van fabulant Eibert Meester aan
het woord kwamen over het uit de duim gezogen kampverleden van hun vader. Ik
schreef dat voordat het geval in het Ketelhuis ging draaien en er dus nog niet
naar had kunnen kijken.
Ik meende Roodnat juist te citeren, maar als ik dat nu blijk niet te doen, dan
bied ik haar mijn knipoog aan. En geef volmondig toe; omdat ik Van Gasteren's
laatste meesterwerk nog niet had kunnen zien, was mijn veronderstelling
onjuist; de kinderen van Eibert Meester komen in zijn film niet aan het woord.
Let vooral op die aardige zin van Doeleman: "U bent natuurlijk van de zaak
af als U mij meedeelt dat U Van Gogh niet heeft verteld", etc., etc.
Roodnat deed mij de correspondentie toekomen omdat ze 't inmiddels zat is met
Doeleman van doen te moeten hebben, wiens aanvankelijk intimiderende toon haar
terecht niet zint. En ze vraagt zich af waarom Cliënt ondergetekende niet
aanpakt?
Meester Doeleman, hoe zit dat? Waarom richt Uw cliënt zich niet
rechtstreeks tot mijn persoon'tje? En wat mag ik nog 'ns doen om Van Gasteren
als held in één van m'n stukjes te doen figureren? U bent
inmiddels zo ingevoerd in het roemruchte verleden van Uw cliënt dat U vast
wel op deze site zijn 'in opdracht van het Verzet' uit de doeken kunt doen. U
wordt niet gecensureerd en krijgt alle ruimte. Ook hoop ik dat Van Gasteren
plezier heeft aan zijn laatste Gouden Kalf, voor "De prijs van
overleven". Zo'n Kalf, je slaat er zo een onderduiker de hersens mee in.
Ik spreek de wens uit dat Van Gasteren nog maar vaak mag dromen van heldendaden
'in opdracht van het Verzet'.
Theo van Gogh
|