Dames &
Heren,
Je zit midden in de nacht onder de coke en behoorlijk aangeschoten TV te
kijken; naar het testbeeld, want dat brengt ordening in de gedachten. Iemand
belt.
't Is Gerdien Linthorst, voorheen de Volkskrant, die aan je vraagt of je een
toespraakje wil uitspreken bij de opening van een zogeheten Cultureel Centrum.
Gerdien ken je nog uit de tijd dat ze er een gewoonte van maakte de mensen die
ze ondervroeg voor de Filmpagina van de Volkskrant correct te citeren, een in
dat milieu aan de Wibautstraat bijzonder verdachtmakende gewoonte. Gerdien mag
dan ook niet meer schrijven voor de Volkskrant.
Enfin, zij is de kwaadste niet en je zegt dus maar - om van het gezeik af te
wezen zonder deze nobele vrouw te kwetsen - : "Ja!", met je' dronken
kop. De volgende morgen word je wakker. De woorden "Cultureel' en
'Centrum' liggen als as op je tong; wie wil er in Godsnaam héén,
naar een Cultureel Centrum?
'Cultureel Centrum', dat klinkt naar kleien, spinnewielen, goed bedoelde
toneelstukjes om de wereld te verbeteren, 'Cultureel Centrum', dat smaakt naar
subsidie, niet te lezen cultuurnota's, 'Cultureel Centrum', dat voelt als wind
op de steppe van Almere, even ijzig als doordringend, als het barre bewijs dat
Kunst in handen van ambtenaren, opbouwwerkers, buurtbewoners en andere mensen
van goede wil, niets meer of minder is dan het voorgeborchte van de Hel. Was er
maar een God die van ons hield en die ons kon vrijwaren van goede bedoelingen
van de boven-ons-gestelden, en vooral ook van de bedoelingen van onze
gezellige, 'best wel creatieve medeburger'.
De laatste keer dat ik in een Cultureel Centrum verkeerde, was met de oude Heer
Heeresma; Heere Heeresma, die nog gelezen werd in de tijd voordat het
betreurenswaardige gelul over de Multiculturele Samenleving in volle omvang de
geesten verduisterde. Wij plachten op te treden in Culturele Centrums van
Spijkenisse tot Hoogeveen. Mijn rol was die van aangever, Heere ging te keer,
bijvoorbeeld als 'ie uitlegde hoe heerlijk 't is om een ree dood te schieten.
Nooit vergeet ik de ontzetting in de Culturele Centrums als Heere opstond en
zijn denkbeeldige loop richtte op de dames midden voorste rij. En daar klonk
'ie opgewekt: "En dan pómp ik dat lood tussen die reebruine
ogen!"
Men huiverde. 't Was Heere's sport om tijdens het vragenuurtje onder mijn
leiding zoveel mogelijk mensen te beledigen, dat wil zeggen, op onaangename,
intimiderende toon naar de huwelijkse staat, het mogelijke moederschap en de
eventuele bijstandsuitkering van vragenstelster te informeren.
Mìsselijk.
Halve zalen liepen weg uit protest, organisatoren stonden handenwringend
terzijde, een zwarte lijst ging van Cultureel Centrum naar Cultureel
Centrum.
Ik wil maar zeggen, Culturele Centrums zijn bedoeld voor saaie voorleesavonden
van zogeheten 'auteurs', niet voor echte schrijvers, zoals een Cultureel
Centrum eerder potten bakt dan ideeën oplevert. Culturele Centrums zijn
bedoeld om onder protest van gesubsidieerde hangjongeren weer te worden
opgeheven, en in dit verband spreek ik de hoop uit dat U binnen twee jaar maar
weer dicht mag wezen. Juist dan zou ik graag nog 'ns uitgenodigd worden.
't Ergste van Culturele Centrums is, geloof ik, dat ons wordt gesuggereerd dat
door hun bestaan KUNST iets is dat geleerd zou kunnen worden, onderwezen, ons
door de strot te douwen. Culturele Centrums zijn bedoeld voor mensen die trots
zijn op hun uniform van stadswacht; Culturele Centrums zijn gemaakt voor
politici die toneelstukken willen verbieden omdat islamitische gelovigen er
aanstoot aan zouden kunnen nemen; Culturele Centrums zijn bedoeld om fijn met
z'n allen te discussiëren over, bijvoorbeeld, het toneelstuk
"Aïsja", maar dan wel onder leiding van juffrouw Fatima
Elatik.
't Ergste is nog dat Culturele Centrums subsidie krijgen. Wat zou 't niet
prachtig zijn als jullie van hier nu 'ns gewoon een tonnetje gemeenschapsgeld
bij de kapstokken in brand steekt, en daarmee alle nuttige zogeheten
'activiteiten' in één keer voor het hele jaar verbrandt.
Nu zal je dadelijk zien dat juist dit Culturele Centrum een witte raaf is die
opstijgt uit de galeien van de Middelmatigheid. Hier werken alleen
vrijheidslievende, verstandige, ongesubsidieerde vrijwilligers, die niets
moeten hebben van cultuurnota's, die begrijpen dat de islam onze vrijheden
bedreigt, die niets te maken willen hebben met de Fatima's die censuur
propaganderen onder het mom van 'respect', die 's nachts zwetend wakker worden
in het besef dat de mislukking van hun leven in één titel kan
worden samengevat: "Cultureel medewerker aan het ROC..."
In dat geval heb ik niets gezegd, natuurlijk.
Om als vlag op de modderschuit ook nog 'ns Theo van Gogh uit te nodigen om het
misbaksel voor geopend te verklaren... Vèr gaat 't wel. Woorden schieten
dus tekort en in de wetenschap dat ik me nooit meer voor dit soort akkefietjes
moet laten strikken, en dat Gerdien 't ook allemaal niet zo bedoeld heeft en
mij zeker niet gevraagd had 'àls ze van tevoren had geweten',
enzovoorts, enzovoorts, ga ik thans over tot de opening van dit overbodige
clubhonk.
Ik wens U nog veel verregende Zondagmiddagen,
Theo van Gogh |