02-02-2004
Van de Prins geen kwaad
Ondergetekende en Tomas Ross zouden 1 April
aanstaande een door ons bezorgde E-mail correspondentie tussen Mabel en
Laurentien het licht doen zien, uit te geven door De Bezige Bij. Ik had er
bijzonder veel aardigheid in om te schrijven aan wat de dames elkaar zoal toe
zouden voegen; vals, vilein, onder de gordel, schandelijk. Maar Robbert
Ammerlaan van De Bij 'kan er niet om lachen' en vindt de dames te lang van
stof, dus de grap gaat niet door, want ik heb een film te maken en wel wat
anders aan m'n hoofd dan leuren bij uitgevers met een manuscript dat - als
puntje bij paaltje komt - toch niet wordt uitgegeven. Hetzelfde geldt voor mijn
co-auteur.
Ross had bedacht dat 't leuk zou wezen om Mabel Majesteit met zachte hand op
haar verplichtingen te wijzen aan de hand van de Stadhoudersbrief d.d. 24 April
1942, waarin prins Bernhard verzoekt als stadhouder van de gouw der Nederlanden
te mogen fungeren in het Duizendjarige Rijk. Het trof natuurlijk dat Friso en
Mabel 24 April a.s. in het huwelijk zullen treden.
Ammerlaan is bevriend met Bernhard, maar ik weet niet of dat in zijn afwijzing
een rol heeft gespeeld, want hij geeft wel andere boeken van Ross uit, waarin
van alles naar voren komt over het Verraad van Arnhem en allerhande anders dat
aan Bernhards handen kleeft.
Dat de door ons bezorgde correspondentie niet leuk zou zijn, kan ik me niet
voorstellen, want alles wat er in stond, was - onder het mom van satyre -
gruwelijk waar. Er zit Mabels abortus van Voorjaar 2000 in, die een ontroerend
licht werpt op de innige liefde van prins Friso, aan wie 't niet gelegen heeft;
maar Majesteit tegen, en Mabel zelf eigenlijk ook.
Dankzij de regie van Ross zou de verstandhouding tussen Laurentien en Mabel
bekoelen, omdat de eerste er achter komt dat de tweede haar sukkelige Friso
overhaalt om zich alsnog op te werpen als tweede in lijn, mocht Alex 't af
laten weten. Laurentien acht haar Constantijntje geschikter.
Laurentien is de bekakte van de twee, wanhopig in de weer met haar wenkbrauwen
en haar verschijning in het algemeen, die, zoals wij allen kunnen zien, veel
weg heeft van een transseksueel. Mabel liet niet na een en ander fijntjes in te
wrijven, zoals alleen vrouwen dat elkaar aan kunnen doen. We zouden ook leren
over 'Mo', Mabels Bosnische prins, die inmiddels achter tralies zit, maar nog
altijd een liefde van betekenis is in haar leven. En hoe de geldstromen voor de
Bosnische vrijheidsstrijd mede liepen langs de stichting "War-Child"
van vriendin Willemijn. Wij lezen hoe Mabel vertederd schrijft over de
homoseksualiteit van Claus en Beatrix' daaruit voortvloeiende fobie voor
ridders van de verkante keer. Wij lezen hoe Beatrix zich in de Koninklijke bus
beklaagt dat er te veel mongolen met vlaggetjes zwaaien langs de kant van de
weg, op Koninginnedag. Wij lezen hoe Mabel zich weet te handhaven na een
onderhoud met Edwin de Roy van Zuydewijn, wiens oom Jan Feber in bezit is
geweest van de Stadhouders-brief - dankzij een werknemer van de inmiddels ter
ziele gegane bank Texeira de Mattos - en de poging om de Prins ermee te
chanteren.
Ze meldt van een vriendin te hebben gehoord hoe graag een voormalige premier
zich in de mond laat pissen en roddelt genadeloos over al die als knipmessen
buigende ministers en Kamerleden. Beatrix die voordoet hoe Kok achteruit lopend
het paleis uit verdwijnt. Beatrix die dronken wordt en halve glaasjes leeg
gooit om zulks te maskeren.
Mabel was onze heldin. Een vrouw die met weemoed terugdenkt aan haar wilde tijd
met Klaas B. En die haarfijn uitlegt hoe je de sukkeltjes van de vaderlandse
pers in het riet kunt sturen door je beste vriendin te vragen in de publiciteit
te fungeren als Bruinsma's ware geliefde: "Jij lijkt ècht niet op
mij, maar 't zal ze niet opvallen."
Mabel in volle actie neemt haar vriendinnen in een herinnering mee naar het
Georges V-hotel te Parijs. "Hoe betalen we dat?", vraagt Willemijn.
"Geen probleem", zegt Mabel en trommelt twee Ghanese diplomaten op,
die de meisjes graag betalen. En maar lullen met Claus, over Ontwikkelingshulp
natuurlijk. Ik begon haar steeds aardiger te vinden.
De Bij wil niet en Ross & ik-zei-de-gek laten 't er daarom bij zitten.
Mocht er nog een uitgever geïnteresseerd zijn; ons voorschot bedraagt
10.000 Euro de man.
Wedden dat niemand durft?
Theo van Gogh
|